• Welkom op ons forum. Gasten hebben beperkt toegang tot ons forum. Meld je daarom aan voor een account. Registreren kost slechts een minuutje van je tijd.

een eigen energie opslag maken.

justme igor

Specialist
Dit draadje zal zich richten op de uitleg van een (oa mijn eigen) energieopslagsysteem, en zoals ik ze verkocht en geplaatst heb.
De relevante wet en regelgeving (die, zoals ik onlangs ontdekte) is sterk aan verandering onderhevig.
Houd je aan de NEN1010 en de Scope 8, 10 en 12 normen. Laat je installatie keuren door een erkende partij.

Disclaimer: ik deel dit op persoonlijke titel en ben niet aansprakelijk voor eventuele schade of gevolgschade. Toepassing van deze informatie geschiedt volledig op eigen risico.

Ik zal hier proberen elk onderdeel van een 'off-grid' / 'stand-alone' / 'eilandsysteem' te behandelen, inclusief de praktische overwegingen, valkuilen en keuzes die daarbij komen kijken.
Dit is geen formele handleiding, maar het biedt meer houvast dan "enkel diep" blootvoets door de koude modder ploeteren.

Ik ga uit van een 48 VDC nominaal opslagsysteem.
Een 24 VDC systeem vereist aanzienlijk dikkere en duurdere bekabeling en componenten.
Een 96 VDC systeem? Daar zou ik zonder gedegen voorkennis absoluut niet aan beginnen: de risico’s en eisen liggen daar fors hoger.

Ik zal mijn best doen op mijn spelling en grammatica. Het kan dus zijn dat ondanks de verwachtingen ik er weer een paar dagen niet ben.
Ivm met eerder genoemde redenen op dit forum.

Van zonnepanelen tot aan de groepenkast binnen: ik probeer het hele traject te behandelen.

In het kort: de zonnepanelen (PV) gaan naar een MPPT- of PWM-laadregelaar, vervolgens naar het verzamelpunt, dan naar de accu die wordt bewaakt door een BMS. Vanuit de accu loopt het terug naar het verzamelpunt en van daaruit naar de omvormer, die via een bypass is aangesloten op de meterkast.


Zonnepanelen hoeven niet duur te zijn: op Marktplaats kun je ze vaak voor een habbekrats vinden.
Let er wel op dat ze geen zogeheten micro-omvormers hebben.
Als ze die wel hebben: sloop ze eraf.
Tussen al mijn panelen liggen er een paar van ruim 25 jaar oud, deze werken nog steeds prima.
De nieuwere generatie zonnepanelen leveren iets meer wattpiek per vierkante meter dan die van 25+ jaar geleden.
Het verschil is maximaal 50 Wp per m²
De panelen hebben een zogeheten Voc: dat staat voor 'Voltage Open Circuit'.
Bij de meeste panelen ligt die ergens tussen de 30 en 50 VDC.
Heb je een 48 VDC nominaal accubank, dan zal er met 50 VDC Voc nauwelijks tot niet geladen worden.
In dat geval is het beter om de panelen in serie te zetten.
Zet je er drie van 50VDC Voc in serie, dan kom je uit op een totaal van ongeveer 150 VDC en dat is wél geschikt om effectief te laden.

LET OP: spanningen van 150 VDC zijn potentieel zeer gevaarlijk.
Volgens de NEN1010-norm geldt 120 VDC als bovengrens voor 'veilig aanraakbare' gelijkspanning.
Er wordt vaak verwezen naar 92 VDC als praktische grens voor wat je zelf mag installeren, maar dit is geen wettelijk limiet meer, eerder een richtlijn binnen de norm, deze grens komt voort uit oudere praktijkrichtlijnen, maar is niet meer wettelijk bindend.
In de praktijk zet deze grens weinig zoden aan de dijk, want ook onder de 92 VDC kunnen installaties zeer gevaarlijk zijn bij hoge stroomsterkte of slechte afscherming.
Voor de Bbl worden de BRL 6000 en de NPR 9090 uit de NEN1010 vaak gehanteerd.

Hou bij het aaneenschakelen van de panelen rekening met wat je zonnelaadregelaar (MPPT) maximaal aankan.
Stel: je hebt een MPPT met een ingangslimiet van 150 V: ga daar dan ook echt niet overheen.
Drie panelen van elk 50 VDC Voc? Dan zit je al aan de grens.
Of vijf panelen van 30 VDC Voc: dat komt ook op 150 VDC uit.
Gebruik per string altijd dezelfde panelen. Ga dus niet mixen met bijvoorbeeld twee van 50 VDC en één van 30 VDC Voc. Dat levert onbalans op en haalt je hele string/opbrengst omlaag.

Het is verstandiger om iets onder de spanningsgrens te blijven dan er precies tegenaan te zitten.
Bij koud en helder weer leveren zonnepanelen namelijk vaak nét wat meer voltage dan hun opgegeven Voc: en dan zit je zo over de limiet van je laadregelaar.
Waar witte rook is--->werkt niets meer.

Wat betreft de opstellingshoek: als je in de winter het maximale rendement wilt halen, moeten de panelen bijna rechtop staan.
In de zomer mogen ze juist bijna plat liggen.
Vanwege windbelasting liggen ze in de praktijk meestal onder een hoek van 20 tot 30 graden: dat is een prima compromis.
Qua oriëntatie maakt het voor de panelen niet zoveel uit of ze op het oosten, zuiden of westen liggen, zolang ze maar zo’n 8 uur zon kunnen pakken.
De optimale hoek verschilt per uur.
Op zomerdagen is de zonnehorizon breder dan in de winter, vandaar dat zuid nog steeds het meest aantrekkelijk is voor in de winter maanden.
Let op: als je richting de 20+ panelen op je dak gaat en je hebt maar een 15 kWh accubank, dan gaat dat mis.
De accu krijgt dan in korte tijd veel te veel stroom te verwerken en dat kan hij niet aan.
Laad en ontlaad snelheid voor de accu kom ik nog op terug.

We hebben een sectie panelen die maximaal 150V en 10A kan leveren, bij goed weer is dit een mooi vermogen 1.5kw per uur.
Dit zijn maar 3 panelen en ik heb er 30+oftewel 10+ van deze secties.

https://stroomwinkel.nl/bluesolar-mppt-150-35-12-24-36-48v-35a.html?___SID=S

Deze MPPT-laadregelaar kan MAX 35 A laadstroom verwerken. Je kunt er dus drie van de eerder genoemde PV-secties op aansluiten, mits je binnen de spannings- en stroomlimieten blijft.

Let op: elke afzonderlijke PV-sectie moet voorzien zijn van een eigen DC-zekering die geschikt is voor de maximale Voc en stroomsterkte van die string. Dit voorkomt doorslag of overbelasting bij kortsluiting in één van de secties.
Naast de DC zekeringen heb ik ook een SPD (Surge Protection Device) geplaatst tegen bliksem inslag.
Die uitgang gaat naar de DC zekeringen kast in de schuur voordat het naar de mppt gaat.
Dus de kabel snelweg op het dak is aan beide kanten afgezekerd.....


https://www.omnicalculator.com/physics/dc-wire-size

Dit is een prima kabelcalculator voor het gelijkspanningsgedeelte van je installatie.
Kies liever voor wat dikkere kabels dan te dun, dat voorkomt spanningsverlies en warmtestuwing.
Voor de stekkers (MC4-connectoren) kun je prima die van AliExpress gebruiken.
Mijn voorkeur gaat uit naar massieve stekkers, niet die holle buis varianten van PBS.(pis bakken staal)
Gebruik voor het aankrimpen een fatsoenlijke krimptang, dus géén combitool of waterpomptang, maar een tang die echt bedoeld is voor MC4.

Leg je kabels in een kabelgoot of buis, vast gezet om de 40 a 50 cm met een kabel bindertje, dat voorkomt windschade, UV-veroudering en mechanische belasting.
Leg de kabels ook niet 'te strak', ze zijn een stuk langer bij 30C als jij op het dak staat dan bij die een enkele keer -20. o.a.
Wat betreft de aansluitingen: waar veel verzekeraars (en jijzelf moet er bang voor zijn) terecht bang voor zijn, is de vlamboog.
Bij wisselspanning wisselt de stroomrichting zo’n 50 tot 60 keer per seconde, waardoor een vlamboog zichzelf makkelijker dooft.
Gelijkspanning doet dat niet, die blijft 'bestaan' en kan bij een slechte verbinding of beschadigde kabels een hardnekkige vlamboog veroorzaken, dus brand!
Daarom noem ik expliciet het verschil tussen DC- en AC-zekeringen, en leg ik nadruk op correcte kabeldikte en het gebruik van degelijke connectoren.
Een slechte krimp, holle/kapotte stekker of onderschatte/dunne/beschadigde kabel kan hier letterlijk het zwakste (en warmste) punt worden, dus brand.

Een vlamboog is in feite niets anders dan stroom die koste wat kost zijn weg naar de verbruiker wil vinden, dit kan ook een sluiting zijn.
Ze ontstaan bij beschadigde kabels, slecht aangesloten stekkers, slecht aangesloten contacten of slecht aangekrompen contacten.
Dit blijf ik tot in den treure herhalen en dat geldt ook voor het belang van een zekering.

Tussen de panelen en de MPPT/laadregelaar moeten zowel de plus als de min gezekerd worden. Let hierbij goed op de stroomlooprichting.
Na de MPPT wordt alleen de pluszijde gezekerd, omdat de stroomrichting daar eenduidig is en de min doorgaans direct verbonden is met de accubank of het systeemreferentiepunt.

Dit heeft de oorsprong dat men vroeger dacht dat de stroomrichting zich bewoog van plus naar min, maar dit was voordat ze er achter kwamen dat de elektronen negatief geladen zijn. Maar ik dwaal weer af.(wederom een hoop verwijderd)

Zorg dat je PV frame en je panelen goed geaard zijn, dat voorkomt potentiaalverschillen en is verplicht bij metalen constructies.
Je overspanningsbeveiliging tegen blikseminslag moet naar de aardpen toe, anders werkt hij niet of zelfs averechts.
Maar let op: je accu zelf mag niet geaard worden. Die hoort galvanisch (gescheiden) los te blijven van aarde.
Wat je wél moet doen, is zorgen voor een goede potentiaalvereffening tussen het PV frame, de kabelgoot, de dakdoorvoer en de bliksem afleiding zodat alles op hetzelfde spanningsniveau zit, in geval van spanninglekken.

We zitten hier nog steeds op het dak, dus alles tot aan de DC zekeringkast binnen. De aarding en vereffening moeten al kloppen, vóórdat je met je draad naar binnen gaat.
Oftewel: alles moet met een derde draad: 'de aarddraad' goed aan elkaar zitten. En niet met een lullig installatiedraadje, maar met voldoende dikte. Van je bliksembeveiliging en overspanningsafleider naar de aardpen hoort dat gewoon 25 mm² koper te zijn. Die aardpen zelf moet minimaal 2 meter de grond in(grondwater)
Kost wat, ja. Maar het is nog altijd goedkoper dan een nieuw huis en het gejank dat je van de verzekering krijgt als het misgaat.

En nee, dit is niet alleen voor statische elektriciteit. Dit gaat om het afvoeren van serieuze energie bij blikseminslag of overspanning. Als je dat niet goed aanlegt, dan zoekt die stroom z’n eigen weg en die gaat dwars door je installatie heen.

Een houten frame is een stuk goedkoper dan een aluminium constructie, maar dan moet je er wel voor zorgen dat elk paneel afzonderlijk geaard wordt, van paneel naar paneel. Dat is geen optie, dat is een vereiste.
Alle contacten en bevestigingen moeten degelijk vastgezet worden met een borgboutje en een tandveerring, anders trilt het vroeg of laat los en krijg je geheid problemen.
Houd je panelen schoon. Dat klinkt als een open deur, maar het is echt geen overbodige luxe.
Stel je hebt drie strings van elk drie panelen, dus 3×3 parallel, in theorie kun je dan op een goed moment 4,5 kWh per uur opwekken.
Maar als één sectie een blaadje heeft, een ander sectie een vogelstrontje en de laatste sectie wat dauw of condens, dan zakt je opbrengst als een plumpudding in elkaar. De zwakste schakel bepaalt de hele string.

Optimizers klinken aantrekkelijk, maar in de praktijk zijn het gewoon DC-DC step-up converters.
Ze verdubbelen het voltage en halveren de stroom, maar de energieopbrengst blijft nagenoeg gelijk.
Ze lossen geen structurele problemen op zoals schaduw of vervuiling, ze verplaatsen het symptoom.
Het testen van zekeringen is essentieel. Doe dat bij voorkeur terwijl ze onder spanning staan, maar zonder dat er daadwerkelijk stroom doorheen loopt.
DC zekeringen zijn voorzien van een vlamboogvanger, en die slijt bij gebruik. Ook al lijkt er niets aan de hand, vervang ze om de vijf tot tien jaar. Als er twee of drie keer wél iets gebeurd is, dan vervang je ze meteen. Je wilt niet meemaken dat er een te hoge stroom doorheen gaat en de zekering niet afschakelt.
Dan wordt het heet en dat eindigt in brand.

Pro tip: zorg dat je bij elke string vóór zijn zekering een kabeltje hebt op zowel de plus als de min.
Zo kun je binnen in je schuur in zowel je zekeringenkast als op de uiteinde van de kabeltjes gewoon met je multimeter meten wat voor spanning er op staat.
Dat is handig bij storing en maandelijkse controle.
Een simpele utp of netwerkkabel is een uitstekende investering.
Zo zie je meteen welke sectie problemen heeft en/of er een zekering op het dak eruit ligt.
Geen gedoe met naar het dak lopen of gokken: gewoon meten is weten.

Na wat wind, een vogel met een steentje en er kan een barst ontstaan of een nestje onder je paneel en het kan te heet worden.
Zodra de zon weer gaat schijnen, levert dat paneel gewoon weer stroom, en dat eindigt in brand.

Ik denk dat ik zo alles mbt de panelen wel gehad heb en dat er dit keer weinig tot geen spel vouten in zitten?
Ik denk ook dat ik er nu even mee stop en andere dag doorga, mbt de zekeringen, busbar/verzamelpunt, bms, cellen, c rates en omvormer.

Nogmaals dit is enkel voor een eiland systeem, dus NIET net gekoppeld, eigen opwek---> eigen gebruik....

Pas je paneel configuratie aan op je MPPT/PWM en niet andersom.


Ik hoop dat deze en de informatie die nog komen gaat iemand zeer goed kan gaan helpen.
Mvg Igor
 
Samenvatting:
Verbind je zonnepanelen in seriestrings tot je de maximale ingangsspanning van je MPPT-laadregelaar bereikt.
Voor elke afzonderlijke string (sectie) plaats je een DC-zekering die geschikt is voor de maximale spanning en stroom van die string.

Deze beveiligde strings gaan/zitten in de DC-combiner box, waar ze worden samengevoegd.
Vanuit de combiner box leid je de kabels naar binnen, naar een interne DC-zekeringenkast vóór de MPPT-laadregelaar.
Vergeet je bliksem beveiliging niet
 
Ik zou dit al eerder afgemaakt hebben....oeps 😇 😖 :lol::fluit::shocked:

Anyway:
Alle kabels van je PV komen nu binnen in de opslagruimte, in de DC‑zekeringenkast.
Zowel de plus als de min zijn afzonderlijk gezekerd.
Let goed op de stroomrichting, want een DC‑zekering werkt maar één kant op.
Monteer ze dus altijd volgens de aangegeven pijlrichting, anders kan de zekering bij een foutstroom niet correct afschakelen.

Bij langere kabeltrajecten of hogere stromen is het verstandig om de min‑zekering zo dicht mogelijk bij de PV‑string te plaatsen. Zo voorkom je dat een aardfout of doorslag in de kabel ongezekerd blijft aan de min‑zijde.

Na deze stop-/schakelkast lopen de draden door naar de MPPT‑regelaar.
Een MPPT (Victron) heeft altijd de voorkeur boven een PWM vanwege de hogere opbrengst en betere tracking bij wisselende lichtcondities.

Elke uitgang van de MPPT/PWM gaat vervolgens naar het hart van je systeem: de busbar.
In mijn geval zijn dat massieve koperen strips van 1,20 meter lang, uitgevoerd in 2× 300 mm2 per pool.
Dat is zwaar overbemeten, maar voor mijn setup werkt het prima en geeft het maximale spanningsstabiliteit bij hoge stromen.
12kWh?, makkie.
Uitbreiden, makkie.

Bij grote PV‑velden of meerdere MPPT’s is het verstandig om de busbars thermisch en mechanisch te ontlasten (afstandhouders, stevige bevestiging).
Grote koperen strips kunnen bij hoge stromen merkbaar warm worden, dus zorg dat ze vrij liggen en niet tegen isolatiemateriaal of hout drukken.
De isolatie achter het hart van je systeem moet ruim voldoende zijn.
Een dikke plaat PVC‑schuim werkt hier uitstekend voor: licht, vormvast en volledig elektrisch isolerend.

Monteer het hele systeem zwevend, dus zonder elektrisch contact met de achterwand.
Dat geldt zowel voor een houten wand (brandrisico + vochtgeleiding) als voor een stalen wand (ongewenste aardreferentie).
Alles moet mechanisch stevig vastzitten, maar elektrisch volledig vrij hangen.

Technische aanvulling (kort en relevant) Bij stalen achterwanden is het verstandig om minimaal 10–15 mm afstand te houden tussen koper/busbars en het metaal.
Gebruik afstandsbussen of kunststof strippen zodat er geen kans is op doorslag, condensbruggen of kruipstromen.
Bij hout geldt: nooit direct contact met koper of klemmen, want hout kan vocht opnemen en dan licht geleidend worden.

Bereken het hart van je systeem zorgvuldig en ga liever twee keer zo dik dan ook maar één procent te dun.
Uitbreiding komt bijna altijd, en je wilt dat je busbars en hoofdleidingen het maximale vermogen van je huishouden aankunnen zonder warm te worden of spanningsval te veroorzaken.

Het is menselijk om later meer te willen: meer panelen, meer opslag, meer vermogen.
Bouw daar vanaf het begin op vooruit.

In het eerste artikel heb ik al uitgelegd wat een vlamboog kan aanrichten.
Ik weet uit ervaring wat een vochtige houten plaat en 30 kWh aan accucapaciteit kunnen doen: het wordt bloedheet, het vocht verdampt razendsnel en je accu’s kunnen linea recta naar Holland Vuil Collect.

Dit geldt net zo goed voor kabels die te dun zijn terwijl er een grote stroomvraag loopt.
Te dunne kabels = warmte = risico op doorslag, smelten of zelfs brand.

Gebruik bij het invullen van de draadberekening altijd je minimale accuspanning en je maximale stroomvraag/piekbelasting.
Dat zijn de waarden die tellen: niet de ideale situatie.

Technische aanvulling (kort en relevant)
  • Reken altijd met de laagste accuspanning (bijv. 44 V bij LiFePO4), want dan loopt de hoogste stroom.
  • Houd spanningsval onder de 2–3% op de hoofdleidingen.
  • Bij busbars: liever breed en dik koper dan smalle strips met hoge puntbelasting.
  • Bij kabels: kies de volgende maat omhoog als je twijfelt; koper dat te dik is, is nooit een probleem.
Maak je hart zo sterk mogelijk vanaf de start en houd mogelijkheid open voor uitbreidingen.

Aan het hart van je systeem, je verzamelpunt of busbar, sluit je zowel je accu’s als je DC‑naar‑AC‑omvormer aan.
Dit is het centrale knooppunt waar alle stromen samenkomen, dus hier mag je absoluut niet bezuinigen op materiaal of kwaliteit.

Schroothandels hebben vaak massief roodkoperen platen en staven uit oude schakelkasten voor ongeveer 50% van de nieuwprijs.
Die variëren van 60 mm2 tot wel 600 mm2.
Perfect spul voor busbars.
Nieuw kopen kan natuurlijk ook; het is een dure eenmalige aanschaf, maar wel eentje die letterlijk je hele leven meegaat.

Boor in de busbars een aantal nette gaten voor de bouten waarmee je de kabelogen vastzet.
Gebruik rvs‑bouten of verzinkt staal, en zorg dat de overgangsweerstand laag blijft door alles schoon en vlak te houden.

Technische aanvulling (kort en nuttig)

  • Houd voldoende afstand tussen de gaten zodat de koperbrug niet verzwakt.
  • Gebruik altijd sluitringen + tandveerringen om lostrillen te voorkomen.
  • Bij hoge stromen (>150 A) is het verstandig om de contactvlakken licht op te schuren en in te smeren met een dun laagje kopervet of antioxidatiepasta.
  • Let op dat je busbars mechanisch stevig gemonteerd zijn; koper is zwaar en kan doorbuigen bij lange lengtes.
Vanaf de busbar lopen twee hoofdleidingen, plus en min, naar je omvormer.
Voor de meeste huishoudens is een kabel van 95 mm2 tot 100 mm2 bij een lengte van ongeveer 1,5 meter ruim voldoende om de volledige piekbelasting (keuken + boiler) te dragen.
Met deze dikte kun je zonder merkbaar verlies tot ongeveer 15 kW transporteren.

Technische aanvulling (kort en nuttig)

  • Houd de kabels zo kort mogelijk; elke extra meter betekent extra spanningsval en warmte.
  • Gebruik bij voorkeur fijnaderige, flexibele lasdraad (klasse 5 of 6) voor betere stroomverdeling en minder mechanische stress.
  • Krimp de kabelogen met een hydraulische tang; slecht geperste ogen worden warm (brand gevaar) en veroorzaken spanningsval.
  • Bij vermogens boven 10 kW is het verstandig om de kabels parallel te leggen (2× 70 mm² bijvoorbeeld) als de ruimte beperkt is of de bochten krap zijn.

Vanaf de busbar, het hart van je systeem, lopen ook de kabels naar je accu’s.
Ook hier geldt: bereken de kabeldikte zorgvuldig.
Met 48 VDC en bijvoorbeeld 20 A kom je absoluut niet weg met een lullig 2,5 mm² kabeltje zoals achter een AC‑stopcontact. Dat gaat gegarandeerd fout: te warm, te veel spanningsval, en in het slechtste geval smelten of doorslag.

DC‑systemen zijn genadeloos: lage spanning betekent hoge stroom, en hoge stroom betekent dikke kabels.

Technische aanvulling (kort en relevant)

  • Reken altijd met de laagste accuspanning (bijv. 44 V bij LiFePO4), want dan is de stroom het hoogst.
  • Houd spanningsval onder de 2–3% op de acculeidingen.
  • Voor accukabels gebruik je bij voorkeur fijnaderige lasdraad (klasse 5/6) voor betere warmteafvoer en flexibiliteit.
  • Slecht geperste kabelogen worden heet; gebruik een hydraulische krimptang.
  • Bij langere afstanden of hogere stromen is parallelle bekabeling (bijv. 2× 25 mm2) vaak beter dan één dikke slang.
PRO‑tip: bereken de dikte van je accukabels altijd op basis van je maximale verbruik, dus zoals je het nú wilt aanleggen.
Waarom dat zo belangrijk is, wordt verderop in mijn verhaal vanzelf duidelijk. Als je dit verkeerd inschat, zit je later vast aan te dunne kabels, hogere spanningsval en onnodige warmteontwikkeling, met het risico om overnieuw te moeten beginnen.

Technische aanvulling (kort en relevant)

  • Reken altijd met je piekvermogen, niet met je gemiddelde verbruik.
  • Gebruik de laagste accuspanning in je berekening (bijv. 44 V bij LiFePO4), want dan loopt de hoogste stroom.
  • Houd spanningsval onder de 2–3% op de acculeidingen; alles daarboven is verlies en warmte.
  • Te dunne accukabels zijn één van de meest voorkomende oorzaken van DC‑problemen, vlamboogvorming en smeltplekken.


Nogmaals, en ik kan dit echt niet vaak genoeg benadrukken, kies liever te dikke kabels dan te dunne.
Vraag het me desnoods tien keer en tot vervelens aan toe; dat is altijd beter dan dat je met onderbemeten kabels eindigt.
Goede kabels gaan een leven lang mee. Te dunne kabels daarentegen… die worden warm, veroorzaken spanningsval en kunnen in het slechtste geval gewoon in brand vliegen.

Ik heb het hier nog steeds over een eilandsysteem, en dat is een totaal andere competitie dan een plug‑and‑play thuisaccu die je in een stopcontact prikt, wat alleen je sluip verbruik pakt(max800w)
In een eilandopstelling ben jij zelf de netbeheerder, de zekeringkast, de brandweer en de eindverantwoordelijke. Dan moet alles kloppen.

Technische aanvulling (kort en relevant)

  • DC‑stroom is veel agressiever dan AC: waar AC elke halve cyclus nul kruist, blijft DC continu trekken.
  • Te dunne kabels veroorzaken niet alleen warmte, maar ook spanningsval, waardoor je omvormer eerder afschakelt of je accu’s ongelijk belast worden.
  • Bij eilandsystemen moet je rekenen op piekstromen die veel hoger liggen dan je gemiddelde verbruik.
  • Een kabel die “net aan kan” is in DC‑land simpelweg onveilig.
  • Overdimensioneren is geen luxe, maar een veiligheidsmaatregel.
Vanaf de busbar lopen nu ook de kabels naar je DC/AC‑omvormer.
Bereken hiervoor zowel je piekvermogen als je gemiddelde verbruik tijdens de spits, en kies een omvormer die daar ruim boven zit.

Een voorbeeld: je inductiekookplaat trekt 3,5 kW en je boiler 2 kW.
Samen zit je dan al op 5,5 kW continu, met pieken die makkelijk richting 8 kW schieten.
In dat geval heb je een omvormer nodig die minimaal 8 kW piekvermogen kan leveren.
Ga je een stap hoger, dan kom je uit bij een 10 kW‑model, en daar kun je veel meer mee.
Het kost wat, maar je portemonnee zal je later dankbaar zijn, uitbreiden wordt anders een dure grap.

Technische aanvulling (kort en relevant)

  • Kies een omvormer op basis van piekvermogen, niet alleen op continu‑vermogen.
  • Houd rekening met gelijktijdigheid: koken + boiler + wasmachine + airco = echte wereld.
  • Een omvormer die “net genoeg” is, draait constant op z’n tenen = inefficiënt en warm.
  • Een stap groter betekent: minder spanningsval, minder stress op je accu’s en langere levensduur.
  • Bij eilandsystemen is overdimensioneren geen luxe maar een veiligheidsmaatregel.

We hebben nu kabels vanaf de MPPT/PWM naar je busbar, het hart van je systeem, en vanaf diezelfde busbar lopen er ook kabels naar je accu’s. Dat is qua beweging en energiestromen drukker dan de A8 en A10 bij elkaar.
Alles komt hier samen: laadstroom, ontlaadstroom, piekverbruik en terugvoer naar de omvormer. Dit is het knooppunt waar je absoluut geen fouten wilt maken.

Technische aanvulling (kort en relevant)

  • De busbar verwerkt gelijktijdig de laadstroom van je PV én de ontlaadstroom richting je omvormer. Dat betekent dat de stromen elkaar mogelijk kunnen optellen.
  • Bij eilandsystemen lopen de hoogste stromen tussen accu ↔ busbar ↔ omvormer, niet tussen PV en MPPT.
  • Zorg dat je busbar en hoofdleidingen berekend zijn op het maximale piekvermogen van je omvormer, niet op wat je gemiddeld verbruikt.
  • Slechte verbindingen of onderschatte kabeldikte op dit punt zijn een recept voor vlamboogvorming en warmteproblemen.

HEEEE...... ik heb het woord zekering nog niet eens genoemd. Komt ’ie:

Elke accubank moet zijn eigen zekering hebben.
Die zekering stel je af op het maximale verbruik dat die specifieke bank kan of van je mag leveren.
Een zekering is niets anders dan een begrenzer: ga je eroverheen, dan klapt hij eruit, precies zoals bedoeld.

Hoe meer accubanken je hebt, hoe kleiner de individuele zekeringen kunnen worden en hoe dunner de kabels per bank mogen zijn.
Maar let op: zodra je nieuwe banken toevoegt, moet je ook je zekeringen herzien en vaak naar lagere waardes gaan.
Dat hoeft niet bij elke uitbreiding, maar het is wél het devies.
Je systeem blijft zo veilig, gebalanceerd en overzichtelijk.

Technische aanvulling (kort en relevant)

  • De zekering moet altijd zo dicht mogelijk bij de accubank geplaatst worden (max. 20–30 cm).
  • Kies een zekeringwaarde die onder de maximale kabelstroom ligt, maar boven je normale piekverbruik.
  • Gebruik bij voorkeur ANL, MEGA of Class‑T zekeringen voor hoge DC‑stromen; die blussen een vlamboog beter dan goedkope autozekeringen.
  • Bij parallelle accubanken voorkomt een juiste zekeringwaarde dat één bank alle stroom levert bij een fout.
  • Een te hoge zekeringwaarde is net zo gevaarlijk als géén zekering: de kabel wordt dan je zekering, en dat eindigt altijd slecht.

Bij het aansluiten van nieuwe accubanken kun je uiteraard dunnere kabels gebruiken, maar houd altijd de wet van Ohm in je achterhoofd en blijf rekenen.
Ik kan dit niet vaak genoeg benadrukken: onderschatting van kabeldikte is één van de grootste fouten in DC‑systemen.

Stel: je begint met één accubank van 30 kWh en je wilt daar 5 kW uit trekken. Dan heb je al snel kabels nodig van minimaal 25 mm² om de stroom veilig en zonder overmatige spanningsval te vervoeren.

Heb je tien van deze banken parallel en trek je in totaal 15 kW, dan levert elke bank nog maar 1,5 kW. In dat geval kun je terug naar ongeveer 6 mm² per bank.
Maar trek niet meer dan 1,5 kW door zo’n 6 mm2 kabel, want die wordt anders warmer dan 75 °C en je krijgt flinke spanningsval.
Dat is verlies, warmte en risico, precies wat je niet wilt.

Technische aanvulling (kort en relevant)

  • Reken altijd met de laagste accuspanning (bijv. 44 V bij LiFePO4).
  • 1,5 kW bij 44 V is ~34 A → 6 mm2 is dan het absolute minimum.
  • Boven de 30–35 A wordt 6 mm2 snel warm, zeker bij langere lengtes.
  • Parallelle banken verdelen de stroom, maar alleen als de kabels identiek in lengte en dikte zijn.
  • Te dunne kabels veroorzaken ongelijk laden/ontladen, één bank krijgt klappen, de rest doet weinig.
  • Houd spanningsval onder de 2–3%; alles daarboven is inefficiënt en gevaarlijk.


Met het aansluiten van 32 LiFePO4‑cellen (280–305 Ah) om een degelijke 30 kWh‑bank te bouwen, praat je over een accupakket van rond de 560 Ah.
Dat is serieus veel stroom.
Ik heb er zelf tien van zulke banken draaien, en een klant zelfs vijftig, inclusief een commerciële laadpaal.

Elke bank moet elektrotechnisch uitschakelbaar en volledig te isoleren zijn.
Dat doe je met een DC‑zekering buiten de bank én twee smeltzekeringen ín de bank zelf.
Zo kun je elke bank afzonderlijk veilig losnemen, testen of uitschakelen bij onderhoud of calamiteiten.

In de praktijk betekent dit dat je met twee smelt zekeringen de 48 VDC‑nominaal in drie stukken opdeelt, zodat je bij een fout of doorslag nog maar ongeveer 16 VDC overhoudt.
En ja, dat kun je met twee natte duimen aanraken zonder dat je meteen aan het plafond hangt.
Het is precies de reden waarom je interne beveiliging in de bank zelf wilt hebben: je beperkt de schade en houdt de spanning beheersbaar.

Technische aanvulling (kort en relevant)

  • De twee interne smeltzekeringen beschermen tegen interne kortsluiting of een defecte celgroep.
  • De externe DC‑zekering beschermt de kabels en de rest van het systeem tegen overstroom.
  • Door de bank in drie secties te verdelen, beperk je de maximale foutspanning, minder vlamboogrisico.
  • 560 Ah betekent dat een foutstroom extreem snel oploopt; zonder zekeringen is dit letterlijk explosief.
  • Gebruik bij voorkeur Class‑T of MEGA zekeringen voor de tussenbeveiliging; die blussen DC‑vlamboogvorming beter dan standaard ANL‑zekeringen.
Daarnaast moeten je accubanken beveiligd worden met een Battery Management System (BMS).
Mijn persoonlijke voorkeur gaat uit naar Daly, jawel, gewoon die van AliExpress, omdat deze naar mijn ervaring met kop en schouders boven de rest uitsteken.
Ze doen precies wat ze moeten doen: je accu’s beschermen als een onvervalste, valsgebekte junkyard dog.
Ze zijn uitstekend te programmeren, betrouwbaar, en gaan lang mee.
Nee, ik krijg niets van ze.

Technische aanvulling (kort en relevant)

  • Een BMS bewaakt celspanning, packspanning, temperatuur, laad- en ontlaadstroom en grijpt in voordat er schade ontstaat.
  • Daly‑BMS’en hebben doorgaans een snelle cutoff, wat cruciaal is bij hoge DC‑stromen.
  • Een goed BMS voorkomt: overladen, te diep ontladen, celonbalans, oververhitting en interne kortsluiting.
  • Programmeer je BMS op basis van LiFePO4 specs, niet op generieke lithium‑instellingen.
  • Combineer een BMS altijd met zekeringen; een BMS is géén vervanging voor thermische beveiliging.

Als je je LiFePO4 cellen écht een leven lang goed wilt houden, dus na 40 jaar nog steeds rond de 80% restcapaciteit, neem dan twee dingen heilig serieus: blijf onder de 0,5C en laad/ontlaad niet vaker dan één cyclus per dag.
Dat is de gouden combinatie voor maximale levensduur.
LiFePO4kan enorm veel hebben, maar lage C‑rates en weinig cycli zijn de sleutel tot cellen die letterlijk decennia meegaan.

Technische aanvulling (kort en relevant)

  • 0,5C voor een 280–305 Ah cel betekent maximaal 140–150 A laden/ontladen.
  • Voor extreme levensduur is 0,2–0,3C nóg beter (60–90 A).
  • Eén cyclus per dag = 365 cycli per jaar → 40 jaar = 14.600 cycli. LiFePO4 kan dat makkelijk aan bij lage C‑rates.
  • Hoge C‑rates versnellen SEI‑groei, interne weerstand en warmteontwikkeling, snellere degradatie.
  • Laad bij voorkeur tussen 10% en 90% SOC voor nóg langere levensduur.
  • Vermijd langdurig 100% SOC; LiFePO₄ houdt van “halfvol”, niet van “propvol”.

Tot zover
 
Ik wil niet zo zeer punten scoren, en ik stuur niet graag fotos meer, tegenwoordig staat er vanalles aan info op, tm je locatie en telefoon nummer.
Mijn excuses, ik ben heel wat terughoudender geworden met het internet.
 
Laatst bewerkt:
tegenwoordig staat er vanalles aan info op, tm je locatie en telefoon nummer.
Mijn excuses, ik ben heel wat terughoudender geworden met het internet.

Heel verstandig.
Maar....
XenForo verwijderd alle meta data die men mogelijk per ongeluk in een foto heeft staan.
(de zogenaamde EXIF info)
Dit is een standaard functie omdat de meeste mensen niet op de hoogte zijn dat een foto heel veel extra info (kan) bevat(en) zoals de locatie van de foto, merk/type telefoon (en je kan er zoveel in zetten wat je leuk vind)

Uiteraard moet je dat alsnog niet vertrouwen en zelf even testen.
Er is voldoende software te vinden, deze is bijvoorbeeld online:
https://onlineexifviewer.com/

Zet er een foto in die je gemaakt heb van je telefoon en zie inderdaad allemaal extra info.
Download een foto van dit forum, en je ziet helemaal niks aan extra info.

Wat ik meestal doe ik een copy/paste maken van een afbeelding en deze dan plakken. Dan ben je gelijk van alle rommel af en is het gelijk ook een stuk minder groot in formaat
 
Terug
Bovenaan